Waarom?

De spin heeft jongen gekregen. De een na de ander kruipt langs het plafond richting gordijn. Recht boven me beginnen ze aan de lange reis. Ik volg ze net zolang tot ze uit mijn beeldveld wandelen. De gemiddelde reistijd is vijfentwintig seconden. Dat wil zeggen als ze rechtsaf slaan. Als ze naar links lopen doen ze er dertig seconden over. Met mijn rechteroog kan ik dus meer zien dan met mijn linkeroog. Soms worden de spinnetjes brutaal. Dan zakken ze aan een microscopisch dun draadje naar beneden en landen ze op m’n neus. Groter en groter worden ze totdat ik alleen nog maar spin zie! Eenmaal op mijn neus aangekomen verdwijnen ze ergens heen, maar voelen doe ik het niet…

Er zijn momenten dat ik denk het verstand te hebben verloren. De wanhoop is zo groot dat ik wil opstaan om de stekker uit de beademingsapparatuur te trekken. Maar ik kan niet opstaan, niet vragen of smeken. Niet praten, niets. Ik kan alleen maar denken, luisteren en met mijn ogen knipperen. Leven terwijl ik dood ben. Wachten op het einde.

‚Hoe voel je je vandaag?’ Haar adem ruikt naar goedkope automatenkoffie. Een blonde sliert haar is ontsnapt uit haar staartje. Ik knipper met mijn ogen, ik voel me prima. Soort prima. Ze verdwijnt uit beeld en even later hoor ik de gordijnen open gaan. Een flauw zonnetje prikt in mijn ogen die prompt beginnen te tranen. Vroeger zou ik zijn gaan niesen, maar nu? Niets, niet eens een prikkeling. ‚Wat wil je drinken? Thee of koffie?’ Grapjas, met intraveneuze voeding zeker. Ze gaat naast me op het bed zitten en strijkt met haar hand over mijn gezicht. ‘We moeten praten’ Graag! ‘Het is een paar maanden geleden dat je een ongeluk hebt gehad en het ziet er niet naar uit dat je ooit nog beter wordt.’

De boodschap komt niet onverwacht, ik heb genoeg tijd gehad om er over na te denken. Meer dan genoeg tijd. Ik weet het allang, maar dat wil niet zeggen dat ik het al geaccepteerd heb. ‘Wat wil je zeggen?’ Ik wil een vraag formuleren die ik niet kan stellen. Een vraag waarop ik het antwoord ken. Mijn ogen schieten vol tranen. Het moment waar ik al maanden voor vrees.

‘Wat is er aan de hand? Je weet niet eens wat ik wil zeggen!’ Kwaad staat ze op. ‘En haal je niets in je hoofd, ik loop echt niet bij je weg! Klootzak! Heb je zo weinig vertrouwen in me? Geloof je nu echt dat ik hier elke dag langs kom als ik …
Haar gezicht verdwijnt uit beeld. Ik hoor haar hoge hakken driftig tikken als ze de kamer uitstormt.  Vanuit de gang klinkt haar opgewonden stem als ze tekeer gaat tegen de eerste de beste verpleegkundige die ze tegenkomt. Wat ze precies zegt kan ik, wil ik niet verstaan. Ik heb medelijden met het slachtoffer.
Een golf van opluchting slaat over me heen. Ik sta er niet alleen voor. Maar … is dit wel eerlijk? Moet zij haar leven verwoesten omdat ik geen leven meer heb? Al haar dromen opgeven voor mij? We willen toch kinderen? Een gezin stichten? Op reis naar … Ik heb geen antwoorden op deze vragen. De vragen stellen kan ik niet eens.

Met een plof gaat ze op het bed zitten. Haar woedende gezicht is rood aangelopen. ‘Ik wil antwoorden van je en die kan je nu niet geven, dat begrijp ik maar al te goed. Dat komt later wel. Ons leven ligt in puin en we moeten besluiten hoe we verder gaan. Hoe we verder gaan … Dus haal je niets in je hoofd: als jij mij niet dumpt voor de een of andere huppelkut dan zit je aan me vast. En nu laat je me uitpraten!.’ Ik reageer gedwee door met mijn ogen te knipperen. Oke…

De dag is ongemerkt overgegaan in de avond. Zachtjes sluit de verpleegkundige de gordijnen. Ze heeft een naam die ik niet wil weten. Haar wereld is lichtjaren verwijderd van mijn universum. Een engel die kan besluiten of ik leef of sterf. Een engel zonder naam. Zachtjes zingend maakt ze me klaar voor de nacht, en schudt mijn kussen op. Nog even de apparatuur controleren, een infuus voor de nacht aansluiten en dan ben ik weer alleen. Ik heb voldoende om over na te denken. En tijd genoeg trouwens. Tijd die ik nodig heb om bij te komen van de schok.

De spin is mijn beste vriendin en adviseur geworden. Hele gesprekken voeren we samen. Ze kan heel goed luisteren, heeft niet echt de behoefte om haar mening aan me op te dringen. Mijn spin heeft een naam, een geheime naam, en lijkt ook helemaal niet op een spin. Tenminste ‘s-nachts niet. Als de gordijnen zijn gesloten en we het rijk alleen hebben daalt ze langs haar draadje af naar beneden om naast me te komen liggen, strak tegen me aan, haar dijen om mijn dijen heengeslagen, het donkere haar over mijn gezicht. ‘Wat zal ik doen? Wat kan ik doen?’ Ze zucht: ‘Je weet wat je moet doen, je moet je leven weer oppakken, niet meer zoals vroeger natuurlijk, dat kan niet. Je moet een manier vinden waarop je kan praten met de mensen die van je houden, die samen met jou de toekomst tegemoet willen gaan. Je moet proberen te achterhalen wie je dit heeft aangedaan, en waarom.’

Iemand heeft mij bewust proberen dood te rijden. De politie is er zeker van. Getuigen verklaringen wijzen met stelligheid in die richting. Als ik weer in staat ben om te communiceren gaan ze verder met het onderzoek. Gesprekken met vrienden en bekenden hebben niets opgeleverd. Iemand heeft 112 gebeld, een vrouw, maar toen de ambulance arriveerde was ze verdwenen. De enige aanwijzing over haar identiteit was een foto van een meisje dat ik in mijn handen geklemd hield.

Het was geen ongeluk. Het was opzet.

Wordt vervolgd

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s