Alles blijft – Gerrit Komrij

Weekly photo challenge - Humanity

Daar stond een muur die ik heb aangeraakt.
De muur werd afgebroken. Van het puin
werd verderop een fundament gemaakt.
Ik plantte een fruitboom in mijn oude tuin.

Die werd geasfalteerd. Vijf meter diep
Houdt zich een wortelstronk nog grommend koest.
Vijf eeuwen lang desnoods. De Spaanse griep
Landt ooit op Mars omdat ik heb gehoest.

Er was een vriend aan wie ik heb geschreven,
Een rots waar ik mijn naam in heb gekerfd.
Je bent een deel van alles bij je leven
En alles blijft bestaan wanneer je sterft.

Uit: Alle gedichten tot gisteren (1999)

Alweer een sonnet?

Weekly photo challenge - Humanity

Gister besprong mij de aandrang
tot dichten
zonder bedoeling, zonder idee. Ik
werd in bezit genomen
door iets wat men noemt: melan-
cho-
li-
cae.

Toch had ik beter
in bed kunnen blijven.

Geen zin die blijft hangen, geen hemels moment
Mijn schrijven van proza lijkt grootdoenerij
Bah! Al dat gerijm, bladzij na bladzij,
Schrijf eens iets anders, schrijf een vrij vers! Wees ambivalent!

Ik laak dit gepeins, wat brengt dit gepieker
Een keerdicht, ballade, wat tetra-gemieter?
Een versje, waar moog’lijk, nog artestieker?

Helaas, Helaas! Het wordt weer niet beter
dan een sonnet, wel iets vrijer opgezet,
Maar luister -mijn volgende dicht

dat wordt – op zeker – een dac-ty-li-sche hexameter!

Back to basics – Nacht van Leo Vromans

Leo Vroman

Nacht

Dieper naar voren kan ik mij niet buigen
over de wereldrand, spaarzaam verlicht.
Met het gelaat op blinde duisternis gericht
kan ik mij van Gods glans niet overtuigen.

De verste nadering betracht ik in de vele
gedachten die ik naar dat hol gebied
uitzend; talrijke keren niet,
doch ik verlies mij in dit koppig spelen

en in de pijn die tot een lust verdooft
om hun verminkte wederkomst waaraan
‘k een wreed en zeker teken hecht van Gods bestaan:
dat ginds een wand is waar wat in hem gelooft
en tot zijn licht vliegt blindelings op stuit.

Doch wellicht hoort hij in de stilste nachten
het zieke ritselen van mijn gedachten
die zich te pletter fladderen buiten op zijn ruit.

Leo Vroman (1915-2014)

Uit: 262 GEDICHTEN (1974)
Uitgever: Querido, Amsterdam

Quote

Poëzie is een daad – Remco Campert

remco campert

Mijn eerste blog van 2013 is een gedicht van Remco Campert.

Een optimistisch gedicht. Zeker niet zijn beste gedicht, puristen zeggen wellicht een matig gedicht, maar een gedicht dat mij aanspreekt. Want er staat exact wat poëzie voor mij betekent. En dat er in de laatste zinnen gestorven wordt ach…

Poëzie is een daad

Poëzie is een daad
van bevestiging. Ik bevestig
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.

Poëzie is een toekomst, denken
aan de volgende week, aan een ander land,
aan jou als je oud bent.

Poëzie is mijn adem, beweegt
mijn voeten, aarzelend soms,
over de aarde die daarom vraagt.

Voltaire had pokken, maar
genas zichzelf door o.a. te drinken
120 liter limonade: dat is poëzie.

Of neem de branding. Stukgeslagen
op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt zich en is daarin poëzie.

Elk woord dat wordt geschreven
is een aanslag op de ouderdom.
Tenslotte wint de dood, jazeker,

maar de dood is slechts de stilte in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
De dood is een ontroering.

Remco Campert

Gouden hanen huilen niet

Hemelzwerk vol grauwe wolken,
doet dampen om zijn vleugels kolken,
niets verstoort hem,
in zijn eeuwig statisch levensritme

Kathedralen van het lage land
wolkenkrabbers aan de hemelkant,
zijn een wrede combattant
Uren glissen in een tragisch ritme.

Niemand luistert naar  zijn lied,
God die hem hier achterliet
zegt: Gouden Hanen huilen niet…
‘Uren glissen in een tragisch ritme,

uren glissen in een tragisch ritme,
in zijn eeuwig statisch levensritme.’

eerder gepubliceerd als ‘Kathedralen van het lage land’

Geert

Een zilveren meer van leugens

boijmans rotterdam

Het is al weer een tijdje geleden dat ik dit schreef. Ik lees het opnieuw, en verander hier en daar een woord, een regel.

WitchWithaView

Een muur. De invloed van
mensen dringt nauwelijks tot me door.
Ik voel onzekerheid, ervaar
verlangen, hunkering.

Ik sta open, ben kwetsbaar,
boor een heel klein gaatje in de muur,
gluur voorzichtig naar buiten.
Word verblind door een wereld anders dan gedroomd,

Een zilveren meer van leugens …

Mijn moeder, mijn vader eten zonder
woorden. Tussen gebed en dankwoord.
Nooit: ‘Hoe gaat het met jou?’

Zover verwijderd van mijn werkelijkheid.

View original post

Nachtwind

Sissend glijdt hij over klinkers en platanen, over
stoelen en terras. De nachtwind is gekomen,
wind die niemand onderkent.

Nee! Nog lang niet!
Ik kan nog steeds genieten, dromen en beminnen.
Mijn tijd, hij is nog niet gekomen!
Ik ben nog lang niet uitgevrijd.

De wind streelt zachtjes,
laat mijn lippen trillen.
Fluistert zachtjes in mijn oor.
Maakt een einde aan mijn dromen

De nachtwind heeft me opgenomen.
Op de vleugels van de dood.