Het meisje met de stokjes

Direct stapelverliefd, op het meisje met de stokjes. Wat was ze mooi! Ik hield mijn adem in toen ze in haar grijze jurkje, op haar zwarte laarzen het podium opliep. Het orkest zat te wachten tot ze met haar stokjes tikte.

Tik Tik Tik Tetter!

Het blaasorkest vulde de zaal met herrie. Het meisje met de stokjes zag ik alleen van achteren, ze keek me helemaal niet aan. En toen was het over. De trompetten zwegen, de tuba hield zijn mond en het meisje draaide zich om. Haar strakke grijze jurkje spande om haar bolle buikje terwijl ze stralend voor het publiek boog. Naar mij boog en me toen ze me aankeek was het alsof ik droomde.

Na afloop kwam ik haar tegen in de foyer. Ze stond een kopje sterrenthee te drinken.
‚Jullie zijn prachtig, wat ben je mooi!’ Haar lach was betoverend. Haar ogen straalden.

‚Mooi he? Zo met m’n kindje op het podium?’ We waren zo dicht bij elkaar.

Een kleine verliefdheid – Zomaar

(repost van 6 december 2010)

Het tegenpunt van de wind

Het veld achter het dorp kromt zich over de lage heuvel en lost op in de hemel. Als de wind hard waait, en dat doet hij altijd na een weekje vrijaf, dan kolkt het gras als golven die rusteloos rollen tot ze uiteenspatten op een zandbank, of stuklopen tegen de kust.

Een donkere wolk keert een emmer zwarte verf op het veld om. Aan de voet van een Jakobsladder schieten duizenden zilveren vissen door het gras. De wind is rusteloos, het gras een rimpelige spiegel met als tegenpunt de wind.

In een hoek van het veld staat boer Blok aandachtig naar het gras te staren. Zijn trekker staat sonoor te ronken en wacht geduldig tot de boer is uitgekeken. Boer Blok woont al eeuwen tussen veld en hemel. Een norse man met een groot gezin die alleen niets doet als hij slaapt.

‘Het gras is te nat om te maaien.’ Hij stampt nijdig met zijn laars in het gras. Het gras negeert hem zompig. ‘En er komt meer regen aan. En wind …’ Hij haalt zijn schouders op. Er zijn nog genoeg andere dingen te doen. Zijn trekker gromt en samen rijden ze het pad af, dwars door het veld, naar het dorp.

De wind is horig en blaast een vochtige waas het veld op die langzaam overgaat in vette regen. Het gras kleurt grijs.  De laatste zwarte kraai pikt een worm uit de voetstap van de boer, schudt de regen uit z’n veren en vliegt over het grauwe gras de hemel in.