Kristallnacht

Ik ben enig en enigst kind. Het eerste beweert mijn moeder, het tweede is een feit. Een familie reünie is dus, als ik mij beperk tot the ‘next of kin’ een zeer besloten aangelegenheid. Laat ik omwille van dit verhaal het iets breder nemen. Naar moederskant stop het direct. De bloedlijn loopt bij haar dood. Mijn vader, Heinrich, in 1980 overleden, komt uit een grote familie. Een familie met een geheim dat ik na al die jaren nog niet volledig boven water heb weten te krijgen. In gesprekken met ooms en tantes kreeg ik het het idee dat het zorgvuldig voor mij verborgen werd gehouden. Tot ik laatst op een reünie in gesprek raakte met mijn oudste tante, tante Hannah.

Het verhaal begint op 8 november 1938, in een klein restaurant in de Altstad van Hamburg

De Alt-Hamburger Aalspeicher is sinds de 16e eeuw een bekend visrestaurant aan de Deichstrasse. Het plafond is bruin verkleurd door sigarenrook, de tafeltjes staan dicht op elkaar. Kleedjes en dikke gordijnen dempen de gesprekken.
Aan een tafeltje bij het raam dat uitkijkt over de Nikolaifleet zit het gezin Heine. Vader Heine is geboren in Odessa en in 1918 gevlucht tijdens een Pogrom. De stemming is somber, sinds de opkomst van het nationaal socialisme is Duitsland veranderd, goede vrienden zijn achterdochtig geworden, buren vertrouwen elkaar niet meer. In de straten lopen bruinhemden te schreeuwen en banen zich een weg door het winkelend publiek. Het recht van de sterkste doet het licht uit.

“De dreiging komt dichtbij”, Heine fluistert bijna, “ik voel me niet meer veilig.” “Elke dag word ik nageroepen, bedreigd of bespuugd.” “Mijn eigen vrienden willen niet meer met omgaan. Bang gemaakt door de mannen van Röhm.” Terwijl hij praat kijkt hij voorzichtig om zich heen, om zeker te weten dat ze niet worden afgeluisterd. Zijn vrouw knikt. “Gisteren werd ik bij de bakker uitgescholden door dat mens van Godschalk.” “De kinderen zitten erbij dus ik zal niet herhalen wat ze zei..” Frau Heine is een stoere vrouw. Zij laat zich niet snel uit het veld slaan. Toch is ze bang, bang voor de toekomst, voor het onbekende. Een unheimisch gevoel.
De kinderen kan het allemaal niet veel schelen. Ze zijn nog te jong om zich bewust te zijn van het naderende onheil. Heinrich, de oudste is twaalf en Hannah tien jaar oud. Hun wereld beperkt zich tot bonbons en kletskoppen.

Heine und Son staat er trots op het raam van de zuivelhandel. Op de dag dat zijn zoon werd geboren heeft Johannes de ruit laten plaatsen. De winkel is gelegen in het Grindelviertel, aan de Oberstrasse tegenover de nieuwe synagoge. Van boven tot onder staat de winkel vol met melkbussen, kazen van wel 50 Kg en dozen met eieren. Links van de ingang staat de toonbank, gemaakt van zwaar eiken en afgedekt met een wit marmeren blad. De kazen worden gesneden met een oude pianosnaar geklemd tussen twee houten klossen. Een heel karwei, vooral als het oude kaas is, die zijn keihard en heel brokkelig. Johannes transpireert ervan, zweetdruppels lopen langs zijn slapen naar beneden. Zwaar hijgend trekt hij de snaar door de kaas. Zijn klanten staan het geamuseerd op te nemen.
“Nou Johan, deze kaas is goed gezouten. Zoals jij transpireert! Ik zou een biertje minder drinken als ik jou was.” Johan kijkt de klant aan. “Dacht je nu echt dat ik niet meer naar het café ga?” “Een mens moet er nu en dan toch even uit?” De man kijkt bedenkelijk.”Pas maar op, de laatste tijd is het niet pluis in de stad. Ik hoor verhalen…” Johan moest hem gelijk geven. “Gisteravond heb ik nog bij de Aalspeicher gegeten. De chef vroeg mij om niet meer te komen. Hij kreeg er last mee.”

Johan kijkt  de man na als die de winkel uit loopt met een kilo kaas. Voor hem op de toonbank liggen naast de kaasplank vier druppels zweet. Zijn zweet. Inmiddels is het vijf uur geworden. bijna tijd om de winkel te sluiten.

Twee blokken verder zitten Heinrich en Hannah op school. In de klas zitten 40 kinderen, uit alle milieus door elkaar heen. Met een klap gaat de deur open: “Vlug, haal de kinderen hier weg.” De hoofdmeester staat hijgend in de deuropening. “Breng ze naar de stookkelder, hier zijn niet veilig!” De SA valt de joden aan! – In die tijd was het gebruikelijk dat er leerlingen met verschillende leeftijden door elkaar in de klas zaten-  Onder leiding van de lerares nemen de oudere kinderen de kleintjes bij de hand. Langzaam lopen ze in een rijtje naar de kelder, weg uit het licht, weg van de vrijheid.

De avond van de 9e november is aangebroken. De avond van de kristallnacht.

De eerste stenen vliegen door de ruiten, mensen worden de straat op gesleurd en hun inboedel werd kort en klein geslagen. Mannen en vrouwen, kinderen en baby’s worden mishandeld, vernederd en vermoord.
De wereld van Johannes houdt op te bestaan toen voor hem de winkelruit met het trotse Heine und Son uiteenspatte. De kei mist zijn hoofd op een haar, maar vernietigd zijn ziel. Hij ziet nauwelijks hoe de vandalen zijn winkel binnenkomen. Hij voelt de klappen niet die zijn laatste klant uitdeelt. Zijn laatste gedachten zijn niet hoogstaand. Hooguit verbaasd. “Hij kocht net een kilo kaas….”

Een Britse correspondent in Hamburg, werkzaam voor de London Daily Telegraph doet verslag: “In Hamburg heerst de wet van het gepeupel, hordes vandalen geven zich over aan een orgie van vernietiging. Ik heb in de laatste vijf jaar diverse anti-Joodse rellen meegemaakt, maar nooit zo ziekmakend als nu. Raciale haat en hysterie lijken zich volkomen meester te hebben gemaakt van een anders zo fatsoenlijk volk. Ik zag chic geklede vrouwen staan applaudisseren en schreeuwen van vreugde, terwijl respectabele moeders uit de middenklasse hun baby’s in de hoogte hielden zodat ze beter de ‘pret’ konden zien.”

Die nacht werden 7.500 winkels, 29 warenhuizen en 171 woningen verwoest, 191 synagogen verbrand en nog eens 76 synagogen op een andere manier vernield. Er kwamen 236 joden om. Een van hen was Johannes Heine. Zijn vrouw vluchtte twee dagen later met de kinderen naar Nederland.

De Nederlandse regering reageerde gematigd, minister-president Colijn wilde angstvallig de Nederlandse neutraliteit behouden. Omdat de Nederlandse regering op goede voet wilde blijven met Duitsland, sloot Nederland op 15 december 1938 de grens voor Joodse vluchtelingen en bestempelde hen tot ongewenste vreemdelingen.

Ik zat stil te luisteren. Van alles wat ik had verwacht, dit niet. Dit verhaal hoort niet op een familie reünie.

Oma hertrouwde met een… melkboer. Heinrich heeft nooit iets over de oorlog verteld. Hij overleed in Frankrijk, op vakantie, op de st-Mont Michel waar hij naast mijn moeder stond.

Throwback Thursday – Eva en de hemel

Het was vroeg donker. Het miezerde en het was kil. De verwaaide hemel zat vol met natte wolken die me dreigend aankeken. Een dag om snel te vergeten. Ik vluchtte de kroeg in om een beetje op temperatuur te komen.

Ik kende de kroeg niet. Het bleek een donker lokaal met lage zoldering. De geur van natte regenjassen, jenever en bejaard mens drong zich aan me op. Ik aarzelde … Niet omdat ik dacht niet welkom te zijn, zeker niet omdat ik walgde van de lucht. Ik aarzelde omdat ik een déjà vu ervaring had. De kroeg bracht lang begraven herinneringen boven.

Halverwege de jaren tachtig in de vorige eeuw liepen Frank en ik door de straten van Wageningen. Het miezerde en was kil en de kroeg lokte. Ik werkte als vormgever bij een drukkerij in de buurt en was na een dag met trieste collega’s, saai werk en onvervuld verlangen naar ‘iets anders’ toe aan bier. Bier en een goed gesprek. Dus had ik Frank gebeld.

Frank

Frank was de vleesgeworden definitie van bier en goed gesprek. Hij studeerde moleculaire biologie, dronk voornamelijk Duvel en zag eruit zoals God een man had bedoeld. Naast knap was Frank dus slim en de beste gesprekspartner die ik ooit heb gekend. Frank en ik hadden nog iets gemeen: wij fotografeerden. Van alles. We waren niet kieskeurig en zolang het resultaat maar bijzonder en artistiek verantwoord was maakte het ons niet uit of het een meisje was of een vuilnisbak. Ok, ik geef toe dat wij meer meisjes dan vuilnisbakken voor de lens sleurden.

Frank en zijn Mamiya. Geert en zijn Leica. Een steeds terugkerende discussie: 6 x 6 tegen 24 x 36. Ilford FP4 versus Kodak Tri-X. Duvel en Trippel.

We spraken af zonder vriendinnen. Die uiteindelijk met ons zijn getrouwd, ondanks alles. Ondanks deze avond … Een avond die begon om vier uur in Café Loburg en eindigde in een souterrain in de Dijkstraat.

Wij zijn niet alleen

‘Frank! Ik zit in de hoek!’ Frank tuurde door de rook naar de plek waar hij vermoedde dat ik zat. ‘He Geert!’ Hij lachte breed. Een Prodent lach die het schimmige café lichter maakte. Hij droeg zijn visgraatjas en had een Palestijnse das om. Over zijn schouder de onafscheidelijke tas met camera en flitser. ‘Zal ik bestellen?’

Dat was niet nodig. Loburg kende ons en wie er ook achter de bar stond wist wat we wilden drinken. Duvel voor Frank en Tripel voor mij. Plus kopstoot en pinda’s. En zonder bericht hetzelfde als de glazen leeg waren. Medicijnen voor een goed gesprek. Toen de schoonheid van dienst, ik weet haar naam niet meer, de tweede reeks stimulerende middelen kwam brengen boog Frank zich naar me en toe en zei zachtjes: ‘wij zijn niet alleen… Nee, er staat een meisje naast je, dat klopt.’ Hij keek verstoord, lachte vriendelijk naar haar en zei dat hij iets anders bedoelde. ‘Ik denk dat er tussen dit leven en het volgende meer is dan we weten. Dat geloof ik echt.’ Ik keek bedenkelijk. ‘Beetje vaag man.’  ‘En waarom niet?’ Heb jij dat gevoel dan nooit?’ Dit was een andere Frank. Bij ons ging een ‘goed gesprek’ vooral over perspectief, lijnen en rondingen. Over soft focus of keihard doordrukken. En over schoonheid. We waren tenslotte een jaar of twintig. Hij rommelde wat in zijn tas, haalde er een doos Ilford fotopapier uit, en legde een foto op tafel. ‘Wat zeg je hier dan van?’

Eva en de hemel

One Night Blues van de Livin’Blues. De stem van Nicko vulde de ruimte en de gitaar van Loek zorgde voor kippenvel. De wolken rook werden bijna tastbaar. Op de foto een bloot meisje. Een naaktstudie. Ze lag op haar zij met de rug naar de camera toe, haar hoofd zover naar voren gebogen dat het leek of haar witte lichaam ophield bij haar schouders. Ze had haar benen opgetrokken. Een romp met prachtige billen was het enige wat te zien was. Geïnspireerd door Helmut Newton ongetwijfeld. Even keek ik verstoord. Ik kende die billen maar al te goed. Eva lag op een zwart laken dat Frank half over de rand van het bed naar beneden had laten hangen. Prachtig uitgelicht, net alsof ze in een nachtelijke hemel zweefde. Een hemel zonder sterren. En foto zonder leven. Een foto van de dood.

Je suis Charlie. Je suis …

je-suis-charlie

Je suis Charlie. Iedereen is Charlie. Maar hoelang zijn wij Charlie?

Toen ik het nieuws over de aanslag op Charlie Hebdo eergisteren op mijn iphone las was ik verbijsterd. Ik was verbijsterd, razend, verdrietig, angstig zelfs,  maar niet verbaasd. De overdaad aan terreur went kennelijk. En dat maakt mij razend. Want terreur mag nooit wennen.

Elke dag gebeuren er rampen, worden er mensen vermoord, hele dorpen vernietigd. Vliegtuigen storten neer, worden neergeschoten of verdwijnen spoorloos. Vandaag horen we dat de terreurbeweging Boko Haram een dorp in Noord-Nigeria, Baga, heeft uitgemoord. Waarschijnlijk zijn er duizenden doden. Twee zelfmoordaanslagen in een café in de Noord-Libanese stad Tripoli hebben zaterdag aan zeker zeven mensen het leven gekost.

Hoelang weet ik nog dat op 7 januari 2015 rond het middaguur twaaf mensen werden doodgeschoten omdat zij de vrijheid van meningsuiting ‘beleden’? Hoelang weet ik nog dat vier mensen die boodschappen voor hun gezin deden werden afgeslacht? Hoelang kan ik het mij herinneren dat een Franse agente op straat werd omgelegd?

Hoelang zijn wij Charlie? Hoelang bent u Charlie? Hoelang ben ik Charlie?

Er zal een monument worden opgericht. Een herdenking worden gehouden. La Liberation zal Charlie Hebdo uitgeven. Eenmalig. En volgende jaar zijn we allemaal weer even Charlie …

#JeSuisCharlie #JeSuisPeshawar #JeSuisMH17 #JeSuisTheovanGogh #JeSuisUtøya #JeSuisBeslan #JeSuis9/11 #JeSuisMadrid #JeSuisLonden #JeSuisBrussel #JeSuisBaga  #JeSuisApeldoorn #JeSuisAlphen #JeSuisMunchen #JeSuisKuta #JeSuisPimFortuyn #JeSuis …

Please remember 2014

The most beautiful time of the year. For me, my family, friends and relatives it certainly is. But as sparkling as our glasses are, the future for millions of people is not so bright.

Please remember 2014

christmas-2014

MH17 – M370 – Ferguson – Ukraine – Crimea -MS Sewol – Gaza – James Foley – The children of Pesjawar – Ebola – Syria – All those nameless people that became victim of violence, mistreatment, accidents, hunger and disease.

In 2014 the Dutch Constitution is 200 years old. The oldest Constitution in the World. I hope and pray that in this century all people can live under a Constitution like ours that respects all people, regardless of sex or religion.

Aside
malala Yousafzai

Malala youngest winner of nobel peace prize ever

Almost all newspapers emphasize the fact that Malala is the youngest winner ever of the Nobel Peace prize 2014. Does that really matter? Not for me. The fact that a young girl is awarded with the most prestigious award in the free world is not the message: we all need to be aware of the cruel injustice and violence that is forced upon people all around the world. And not sit back and say: Aww … Terrible! But stand together with them and stand up against their oppressors. And not look away. Malala was almost killed, fighting for her right to go to school. What would we have done? Most likely nothing.

That’s why she deserves the Nobel Peace Prize 2014.

malala Yousafzai

Need I say more?

Congratulations to Malala Yousafzai & Kailash Satyarthi who have won the Nobel peace prize 2014

photo: Amnesty International

Malala Yousafzai