Wit licht

Ik zit op een bankje in een vierkante ruimte met aan weerszijden een gat in de muur. Mijn voeten rusten op tranen uit de Amazone gevangen in hardhout en visgraat. Het venster naar hemel en vrijheid wordt gedragen door baksteen en mortel.

De zaal zoemt. Vliegenvleugels fluisteren, bijen knisperen, krekels knerpen. In het gefilterde licht dat door de dakramen valt, schieten motten schaduwen, verdwijnen wespen in vlekken. De zeepbel om mij heen, een steeds van kleur veranderende hallucinerende bel van sop en water, draait om mij heen, rolt mij langs schilderijen en prenten, drijft omhoog tot hij het plafond raakt, ploft en spuugt mij uit in een fontein van miljoenen kleuren. Gedragen door libellen zweef ik naar beneden terwijl het licht vervaagt tot grijze nevel.  Eindeloos verlangen naar een verloren paradijs.

Naast me zit een oude man wat voor zich uit zit staren. Hij draait zijn hoofd naar me toe en kijkt me door zijn brillenglazen fronsend aan. Even lijkt het of hij iets wil zeggen, dan bedenkt hij zich, staat op en wandelt naar de uitgang. In de deuropening aarzelt hij, blijft even staan en zegt: 

‘De diepste kunst kleedt zich in de minst grillige verschijningsvorm.’

De koude rillingen lopen over mijn rug.  Ik staar hem na totdat ik hem niet meer kan zien, tot het witte licht dat door de deuropening naar binnen valt  hem lijkt op te lossen.  Wie is die man?

Ik dwaal door het museum, zaal na zaal staren dode schilderijen mij aan. Geen enkele emotie maken ze bij me los tot ik tegenover een papieren print sta van een jonge kunstenaar waar ik woedend van word. Nooit eerder had ik de neiging om een kunstwerk te beschadigen, om het te verscheuren maar nu! Vernietigen wil ik het! De ratio wint het van de emotie en langzaam kalmeer ik.

Waarom ben ik zo kwaad? Het printje is de moeite niet waard, wat gekleurde stippen op een computerformulier, niet eens van imposante omvang. Een aantal jaren geleden zette iemand, een gek, het mes in ‘Who’s afraid of Red, Yellow and Blue. Ik kon me niet voorstellen dat een schilderij dergelijke emoties in een mens kon losmaken. Nu ben ik daar niet zo zeker meer van. Kunst is emotie, positieve of negatieve emotie. Het kunstwerk is volledig geslaagd.

Als ik mezelf weer onder controle heb ga ik verder, loop de volgende zaal in en ga naast een oude man op een bankje zitten kijken naar een groot ruitvormig schilderij.

Voor de tweede keer in vijf minuten voel ik een geweldige druk in mijn hoofd. Opgebouwd uit gele, rode en blauwe vlakken, in de vorm van een ruit hangt het aan een witte muur onder wit licht. Bezoekers komen de zaal binnen, de armen voor de borst gekruisd alsof ze bang zijn. Stapje naar voren, stapje naar links, even naar voren buigen en dan richting bordje. ‘Het is Mondriaan!’ Op dat moment laten ze de afwerende houding vallen en gaan druk met elkaar staan praten. Een minuut of twee zoemen ze rond, de gele handtas fladdert van links naar rechts, de panty’s van de vrouw strijken tussen haar dikke dijen over elkaar. Vrolijk tsjirpend lopen ze rond tot ze naar de volgende zaal vertrekken.

3 Comments Add yours

  1. Merel says:

    Zo’n gevoel bij het zien van kunst heb ik nog nooit mogen ervaren.

    Like

  2. ank says:

    spelend met zes-en-twintig letters is ook kunst…..

    Like

    1. GeertSchmitz says:

      Zeker! Fotograferen ook! 🙂

      Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s