De buren

Er ligt een kilometer tussen mijn voordeur en de supermarkt. Geen spectaculaire afstand, makkelijk te wandelen in, pakweg tien minuten. Een verre reis die bij de voordeur begint.

Ons huis ligt ingeklemd tussen de Goudkust en het Rifgebergte. Als ik uit mijn dakraam naar het oosten kijk zie ik het beloofde land liggen. Villa naast villa, netjes naast elkaar. De tuinen keurig op orde, het gras glad als het hoofdje van een pasgeboren baby. Hier en daar is een tuinman bezig de bol-acacia’s te snoeien. Geen dakpan ligt scheef en alle schuttingen zijn gebeitst of geschilderd. Een vrouw die haar hondje uitlaat heeft een schepje en zakje bij zich om de drollen mee te nemen. Vrijwel nergens een mens op de straat, de meesten zijn naar het werk, de kinderen naar school. Op de opritten staan de auto’s van de dames te wachten op het dagelijkse ritje naar de stad – shoppen! – of naar de sportclub.

De achterbuurvrouw staat zich ongegeneerd om te kleden voor het open raam. Met enige moeite wringt ze zich in haar te strakke legging. Haar borsten puilen bijna uit haar topje. Voor de spiegel rekt ze zich behaaglijk uit, een vette poes met een lycra velletje. Ze voelt dat iemand naar haar kijkt en draait zich om. Speurend kijkt ze uit het raam, haar blik blijft even rusten op de wipkip voor haar – allang volwassen – kinderen in de achtertuin. Ik zwaai naar haar, maar ze ziet het niet of wil het niet zien. Ik kom haar wel eens tegen in stad, we delen hetzelfde ‘Grand Café’. Na het sporten gaat ze iets drinken met een vriendin. Twee meisjes van vijftig flirtend met iedereen die een broek aanheeft.

Op donderdag komt haar schoonmaakster werken. Haar naam ken ik niet, maar als ik – Fatima! – roep zal ze waarschijnlijk omkijken. Aan de andere kant van ons huis, de westkant, liggen de hoge bergen van Noord-Afrika. Dicht opeen gepakt liggen de kleine huisjes in de schaduw van het moederland. Geen voortuin, direct aan de weg waar oude Mercedessen werkeloos staan te wachten op mannen die niet vertrekken. Als ik uit het raam ga hangen en schuin naar links kijk, dan kan ik met een beetje moeite haar huis zien staan. Vlak bij het winkelcentrum. Op de eerste verdieping hangt een satellietschotel, de navel-streng met thuis. In haar tuin staat een winkelwagentje van de Super. De gordijnen zijn stijf gesloten. Tegen de vervallen schutting staat een overvolle vuilcontainer.

De weg naar de villa loopt door de groenstrook achter ons huis. Samen met haar jongste kindje, nog in de kinderwagen, loopt ze in tien minuten van Marokko naar de Goudkust. Op haar reis komt ze een aantal bekenden tegen met wie ze een praatje maakt. Naarmate ze dichterbij komt wordt het stiller. Mensen kijken de andere kant uit, negeren haar volledig. Ze draagt een halflange jurk boven een donkere broek, het haar verborgen onder een hoofddoek, de leren tas heeft ze aan de kinderwagen opgehangen. Zich van geen cultuurverschil bewust huppelt haar dochtertje voor haar uit. Kinderen kennen geen vooroordelen. Alleen oordelen. Bij mijn raam aangekomen blijft het meisje stil staan en steekt haar tong uit. Als iemand zijn tong uitsteekt doe ik het ook natuurlijk! Ik zwaai naar haar en de ogen van de moeder lichten op. Ze buigt zich voorover naar het kleine meisje en fluistert wat in haar oor. Verlegen zwaait ze naar me. Ik staar ze na als ze verder lopen, over de schijnbaar korte maar in werkelijkheid oh zo lange weg naar de huizen langs het water.

Vijf minuten later zie ik hen weer. In het huis van de achterbuurvrouw. Het kleine meisje zit op de wipkip, haar moeder is aan het stofzuigen terwijl de kinderwagen in het zonnetje op het terras staat. Haar hoofddoekje heeft ze afgedaan, de lange zwarte haren golven op het ritme van het stofzuigen. Net alsof ze thuis is. Heel even …

3 thoughts on “De buren

  1. Er trok een film aan me voorbij, van
    twee totaal verschillende werelden
    zo dicht bij elkaar, zo ver verwijderd.
    Mensen met ogen die niet zien
    met oren die niet horen
    mensen met voeten, maar niet tot elkaar komen
    met handen die niet toereikend zijn
    mensen die denken dat zij gelukkig niet “de ander” zijn
    onwetend
    van wat ze elkaar te bieden hebben…..

    Dit is wat je mij liet schrijven Geert.
    (Dank je…. voor je reactie).

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s