Frits

on

Mijn kater Frits. Een stoere kater, zo’n Cyperse, gestreepte uit zijn bek stinkende kat die alleen maar bromde en blies. Maar gek genoeg nooit tegen mij. Frits en ik waren gelijkgestemde bromberen, zeikerds eigenlijk. Frits is dood. Nu is Frits al een paar jaar dood maar echt afscheid heb ik nooit kunnen nemen. Frits.. op kerstavond lag hij op de deurmat zogenaamd ziek te zijn. Hij lag enorm in de weg en eigenlijk had ik liever gehad dat hij daar niet had gelegen. Ik kan namelijk niet zo goed tegen zielige beesten. Ga ik van snotteren en zo. Heb ik zelfs bij een dooie spin. Nou ja, bij wijze van dan. Frits lag op de mat en de visite zou er zo aankomen. Ik had twee opties. Frits naar binnen halen en er nooit meer vanaf komen of de dierenambulance bellen. Juist. Frits was here to stay.

Frits heette natuurlijk geen Frits toen hij binnenkwam. Met zijn bolle kop en spitse oortjes deed hij mij denken aan een kennis van een kennis. Van een bekende of zoiets, en zijn vrouw heet Alie. Wat dat er mee te maken heeft? De cavia heette Alie vandaar. Alie en Frits dus. Frits sprong de keuken in, klom op de hoogste kast en heeft vanaf daar het kerstdiner bekeken. Zo stil als een muis. Pas bij het toetje merkte mijn schoonmoeder de kat op. Schoonmoeder is hysterisch met katten, sprong op en gilde: ‘een kat, jullie hebben een kat!’ Ik keek Ien aan en terwijl het langzaam tot me begon door te dringen dat Frits ‘onze’ kat was sprong het onderwerp van alle aandacht laconiek van de kast op de eettafel om onder de verbijsterde blikken van de familie een stukje rollade op te peuzelen. Frits liet een onuitwisbare indruk achter.

Iedereen die van katten houdt weet de beestjes bijna menselijke eigenschappen toe te dichten. Katten voelen haarfijn aan hoe jij je voelt, staan opeens naast je als een rotdag hebt of negeren je volkomen tot je er gek van wordt. Frits was geen uitzondering. Hij kon klokkijken. En wist haarfijn de aankomsttijd van de bus. Als ik of Ien thuis kwamen zat hij naast de bushalte te wachten en huppelde vrolijk op ons af als we uitstapten. Nooit begrepen hij hij dat deed. Ik heb weleens stiekem naar z’n pootje gekeken of hij een Rolex omhad …

In onze oude straat woonde een ‘kattenvrouwtje’. Zo’n dametje dat helemaal gek met de beestjes was. En op een dag – het lijkt wel een sprookje – wilde het ‘kattenvrouwtje’ een nestje. Niet zo maar een nestje, nee een nest Maine Coon’s. Moederpoes werd geprostitueerd en weldra verblijde ze de straat met vier mini coonies. Ik was me daar helemaal niet van bewust totdat ik via via het bericht hoorde. Als mannelijke tegenhanger van het ‘kattenvrouwtje’, laten we zeggen een poezengek, belde ik meteen aan met de vraag om de mormels te mogen bewonderen. Vier kleine snuffeltjes lagen lekker te drinken bij moeder Bibi. Frits zou binnenkort kennismaken met Fabian. En Frits, de schrik van de buurt, die grootste chagrijn, hij vond het prima. Fabian kwam uit de binnenzak van het ‘kattenvrouwtje’, kotste de boel onder en liep nieuwsgierig op Frits af die net lekker zat te eten. Ze gaven elkaar een neusje, Frits schoof een stukje op en samen vielen ze op de Whiskas aan.

Fabian en Frits waren onafscheidelijk, lagen in dezelfde stoel, ramden samen de concurrentie de straat uit en hielden ons voortdurend uit de slaap. Deuren zaten altijd in de weg en werden vakkundig gesloopt. Scharnieren rammelden en verf bladderde. Frits was de baas, natuurlijk, en Fabian wist z’n plek. Ook toen hij twee keer zo groot was en drie keer zo zwaar. Maine Coons zijn de grootste katten die er zijn en Fabian is een grote Coonie. Iets meer dan een meter (!) als hij zich uitstrekt en een kilo of 10. Maatje teckel zeg maar. Frits en Fabian braken vrolijk de boel af. Tot Frits ziek werd. Hij had geen pijn zei de dierenarts, maar ik zou er toch over na denken om hem te laten inslapen. Ik heb dat niet gedaan. Ik kan het niet en moet er niet aan denken. Frits sukkelde verder en lag suf in het zonnetje oud te worden en ziek te zijn. Fabian naast hem. Na het nog een hele tijd te hebben gered kon het echt niet meer. Toen we dan ook besloten hadden om Frits te laten inslapen heb ik een nacht liggen janken. ZAls je geen kinderen hebt ga je ongemerkt je huisdieren vermenselijken denk ik. Zelfs nu ik dit een aantal jaren later schrijf staan de tranen in mijn ogen.

Frits is zelf ingeslapen. We hadden hem meegenomen in een doosje naar de dierenarts. Zelfs op het laatste moment was hij nog heel sterk. In het deksel van de doos zat een gat waardoor ik hem aaide. Als ik hem aaide werd hij altijd rustig. Totdat ik door had dat hij wel erg rustig was geworden. Frits was dood. Gestorven in een klote doos in plaats van bij mij op schoot. En dat voelt nog steeds heel slecht. Sorry Frits. Je was een super kat.

One Comment Add yours

  1. Nu heb ik ook de tranen in mijn ogen van ontroering, door het eind. Aanvankelijk had ik ze van het lachen, dit is van het allerleukste. Na de eerste drie zinnen kun je al niet meer stoppen met lezen. Grote klasse hoe je dit opschrijft! Genoten!

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s