Maar dat weet ik toch jongen..

‘Geert! Leuk dat je langskomt!’

Het klinkt zo logisch, je moeder die je bij de naam noemt. Zo verdrietig omdat het soms niet gebeurt. Gewoon omdat ze mijn naam niet meer weet. Ze me voor haar broer aankijkt. Elke keer als ze me niet herkent sterft er een stukje bij mij van binnen.

Leeftijd komt met gebreken. Soms met gebreken die je niet kan, wil accepteren.

Sinterklaas avond 2004. Net terug van een feestje gaat de telefoon. Dat bevreemdde me en beangstigde me. Iedereen kent dat: je weet dat er iets niet klopt. Al je vrienden en familie hebben hun vaste gewoontes. Bellen om een uur ‘s-nachts hoort daar niet bij. Er is iets goed fout! Mijn hartslag liep op terwijl ik naar de telefoon toe liep.

‘Met je moeder. Prettige Kerst Geert.’ Ik dacht nog die maakt een geintje, keek op de klok en werd nijdig. ‘Leuk hoor, bellen om me vrolijk kerstmis te wensen, maar het is verdomme één uur ‘s-nachts én Sinterklaas. Ik schrok me dood.’

Het moment staat me nog kristalhelder voor ogen. Aan de andere kant van de lijn bleef het stil.
– ‘Ma, wat is er?’
– ‘Ik weet het niet jongen, ik voel me laatste tijd zo raar, zo onzeker.’

‘Geert! Leuk dat je langskomt!’

Dat was dus helemaal niets voor mijn moeder. Feller kan je ze niet krijgen. Al mijn complexen zijn ter herleiden tot.. laat maar.
De volgende morgen in de auto gestapt om eens te kijken wat er nu echt aan de hand was. Een glaasje rosé teveel? Ach, dat gebeurd iedereen wel eens. Nee, ma had niet te diep in het glaasje gekeken.

Ma was ziek. In de war. De draad kwijt. Onherkenbaar.

Mijn moeder en ik zijn nooit erg close geweest. Zit niet in de Groningse volksaard. Dat klopt niet, we laten het alleen niet blijken. Gevoelens zijn voor jezelf en janken doe je maar op je kamer. Alleen als het echt nodig is dan laat je iets van jezelf zien. Sta je een blik in je ziel toe. Onherkenbaar. Een vrouw die de dag ervoor nog met de auto naar de stad was geweest.

Het gemene is dat je de ziekte niet herkent. Je ziet het niet aankomen, en wil als je eenmaal erop gewezen wordt het niet erkennen. Zal wel een griepje zijn, gaat vanzelf over. Alles gaat vanzelf over, waar heb ik dat meer gehoord? Nou mooi niet. Het ging niet weg, en werd alleen maar erger.

En ik werd steeds kwader. Waarom deed ze me dit aan? Nu hebben ma en ik een verleden van wederzijdse overheersing, dominantie en kissebissen. Ma is in mijn ogen nogal aanwezig. Voert het hoogste woord over van alles en nog wat, van kernfusie tot abortus. Is een autoriteit op het gebied van watermanagement en het Koningshuis. Vindt ze zelf.

Oedipuscomplex? Juist het tegenovergestelde maar dan in de vrouwelijke variant, het Electracomplex. Ma was zelf schuldig in mijn ogen.

Het besef kwam langzaam. Na bezoeken aan huisarts en wijkverpleging drong het tot me door.
– ‘Geert, heb je enig idee wat je moeder mankeert?’
– ‘Laat me eens raden?’ Het kwam er nijdig uit. ‘Alzheimer?’

De arts bleef stil. Mijn reactie was tamelijk venijnig geweest. Ik herriner me de blik in haar ogen nog. Gekwetst. Geraakt.
Mijn moeder die naast me zat werd boos. ‘Hé! Jullie hebben het wel over mij! Praat dan ook tegen me!’

Mijn moeder was mijn moeder niet meer. Mijn moeder was patiënt. En daar kan je over praten alsof het een ding is. Om jezelf te beschermen. Want om iets voor haar te beteken moet je gaan handelen. De verantwoordelijkheid uit haar handen rukken. Want zelf wilde ze helemaal niets meer. Alleen nog maar zitten. En kwaad zijn. Tot in het onredelijke. Ver over de grens van het fatsoen heen.

Je kan het niet blijven ontkennen. Ook als je het gezegd hebt.
– ‘Ze heeft Alzheimer.’

Wat trouwens na tal van onderzoeken maar gedeeltelijk waar bleek te zijn…

En dat is de reden dat ik dit stukje nú schrijf. Ma heeft vasculaire dementie. In combinatie met Alzheimer, dat wel. Zij heeft vasculaire dementie opgelopen direct na het krijgen van de griepprik. Er is geen oorzakelijk verband aangetoond. Het zal wel toeval zijn. Een van de medisch specialisten erkende wél dat het een mogelijkheid is. Héel zeldzaam.

‘Geert! Leuk dat je langskomt!’

Wat doet het ertoe. De moeder die ik kende ben ik kwijt. De gesprekken gaan over het verleden. Over ooms en tantes die allang dood zijn, die ik nooit heb gekend. Over bloembollen en honger, over haar man, mijn vader.

‘Geert! Leuk dat je langskomt! Hoe gaat het thuis in Rotterdam?’
‘Goed Ma! Alleen zijn we verhuist naar Gouda.’

‘Maar dat weet ik toch jongen..’

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s